Haperende software

“Dat komt gewoon omdat onze werkprocessen niet op orde zijn.” “Nee joh, onze functiebeschrijvingen slaan nergens op, ze zijn na die reorganisatie nooit aangepast.” Ik keek de kring rond. We waren in gesprek over de klachten van klanten. Teamleden deelden hun visie op de achterliggende oorzaken. “Waar het hier aan ontbreekt zijn duidelijke taakbeschrijvingen, bevoegdheden en verantwoordelijkheden.” Er werd instemmend geknikt. “We hebben geen gemeenschappelijk doel.” Ook deze zienswijze oogstte bijval. Ze waren het roerend met elkaar eens: als dit allemaal opgelost werd, dan zou het werk weer vlotten en de klant tevreden zijn. “Wat nu als een van jullie een potje maakt van zijn werk?” Het bleef even heel stil. Sommigen verschoten van kleur, blikken werden uitgewisseld. “Dat moet de teammanager oplossen.”

Lees meer...

Vragen stellen 3.0

‘Waar zie je dan tegenop?’ Verbaasd keek ik mijn gesprekspartner aan. Ik had uitgebreid verteld over een opdracht. De leuke aspecten en wat punten waarover ik goed wilde nadenken, puzzelen om de juiste aanpak vast te stellen.
Allerlei gedachtes vlogen door me heen. Had ik woorden gebruikt die deze vraag bij hem opriepen? Hoorde hij tussen de regels door dat ik tegen deze opdracht op zag?
Ik neigde ernaar mezelf te verdedigen. De sfeer van het gesprek voelde niet langer als open - ik voelde me niet begrepen. Zijn vraag begon wel met een vraagwoord maar er zat een suggestie in die niet resoneerde bij mij.

Lees meer...

Grenzen

Twee rijen tegenover elkaar. De te overbruggen afstand zo’n vijf meter. Sommigen hebben een licht gespannen blik, anderen eerder één vol verwachting. Ik licht de opdracht toe. Op mijn teken begint de rij aan mijn linker zij te lopen – naar de overkant, naar de andere rij. De grote vraag: hoe dichtbij laat ik mijn collega komen?

Lees meer...